twitter twitter

Johan Vande Lanotte: Machtspoliticus pur sang! (Deel II) (www.doorbraak.be)

De ganse loopbaan van Johan is een schoolvoorbeeld van een combinatie van 'fake-news' en 'post thruth politics'

In deel I besprak ik Johans misbruiken als machtspoliticus, en zijn toch wat vreemde stellingen betreffende het klimaat, het onderwijs en asiel en migratie. Deel II bespreek ik zijn politieke blunders omtrent de RMT, de sale-and-lease-back-operaties, het Zilverfonds, en de aankoop van de pensioenfondsen.

We leggen vooral de nadruk op de zelfverheerlijkende misleidingen via het verbloemen van de feiten, tot zelfs het poneren van halve en hele leugens. De ganse loopbaan van Johan is een schoolvoorbeeld van een combinatie van 'fake news' en 'post-truth politics'. Het eerste is een platte leugen, het tweede het vervalsen van de waarheid. Voor een man die venijnig fouten en/of leugens zoekt in boeken die negatief over hem schrijven, is hij duidelijk niet verlegen om zich daar in zijn boek tot in het kwadraat van te bedienen. Onlangs faalde hij nog Kaouakibi wit te wassen en nu zakt hij door het ijs in een pathetische poging zijn eigen carrière van alle zwarte gaten te ontdoen.

Het faillissement van de Regie Maritiem Transport (RMT)

Over het faillissement van de RMT vertelt Vande Lanotte een verhaal dat vooral zijn ego streelt, door zich te dienen van aaneengeregen leugens en halve waarheden. Hij beschrijft correct hoe hij na zijn passage als kabinetschef in de actieve politiek wou stappen. De toenmalige voorzitter Frank Vandenbroucke zag een opening in het arrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide-Ieper.

In deze kieskring hadden stemmentrekkers Georges Mommerency (Nieuwpoort) en Alfons Laridon (Oostende) de partij verlaten. Omdat de afdeling Oostende overhoop lag, en geconfronteerd werd met een scheurlijst van stemmentrekker Laridon, dropte Vandenbroucke dan maar Johan Vande Lanotte in Oostende, in de hoop zo twee electorale vissen te braden.

Flagrante leugen

In zijn boek beweert Johan Vande Lanotte dat hij pas na de federale verkiezingen van 1995 beloofde om de RMT te redden. Flagrante leugen. Reeds in 1994 beloofde hij de redding van de RMT, door op de verkiezingsochtend een reddingsboei met logo van de RMT aan alle deurklinken in Oostende te hangen. Tijdens de verkiezingscampagne van 1995 herhaalde hij deze belofte. Vande Lanotte haalde zijn eerste lokaal verkiezingssucces op basis van een leugen.

Want, hij kende de cijfers en wist dat het hopeloos was.

Als kabinetschef Binnenlandse zaken kende hij de cijfers van de RMT en deze waren allesbehalve goed. In 1993 tekende de RMT voor een verlies van +/- 75 miljoen euro en in 1994 was het nettopassief opgelopen tot +/- 250 miljoen euro. Johan wist dat enkele honderden van de 1700 werknemers in Oostende of in het kanton Oostende woonden. Hij wist ook dat grote delen van de economie in Oostende leefden van het Brits toerisme via de RMT. Zich valselijk portretteren als redder van de RMT, was gewoon een electorale misleiding pur sang. Want, hij kende de cijfers en wist dat het hopeloos was.

Verkiezingseuforie

Terloops schrijft hij dat hij als lijsttrekker in 1995, 40 procent van de stemmen haalde in Oostende. Opnieuw een loopje met de waarheid, want in 1995 haalde de Socialistische Partij (SP) in het kanton Oostende (Bredene, De Haan, Middelkerke en Oostende) 35,5 procent van de stemmen in de Kamer en 29,7 procent voor de Vlaamse Raad. (Gelet op het systeem van stemmen tellen kon toen enkel het resultaat van het kanton berekend worden.)

Ter info: met de lokale verkiezingen van 1994 haalde de SP in Oostende, met de RMT-leugen, 24,4 procent van de stemmen, een stijging met 0,8 procentpunt in vergelijking met 1988. Zo eclatant als hij ze in zijn boek omschrijft was die overwinning nu ook weer niet. Wat Johan bewust vergeet te vermelden is dat hij als lijsttrekker van de Kamer in 1991 faalde en 5,84 procentpunt van de stemmen verloor tegenover de verkiezing van 1987. Het zal hem ontgaan zijn.

Broddelwerk op begroting

In het begin van zijn boek beschrijft Johan de realisaties waar hij bijzonder fier op is. Eén daarvan is, ik citeer: 'Een schuldafbouw van zo'n 130 procent staatsschuld in 1994 toen ik minister werd naar 85 procent in 2007, toen we in de oppositie belandden.'

In zijn boek 'Het geld is op. De financiële putten van België' (2017) beschrijft auteur Alain Mouton de passage van Johan Vande Lanotte als begrotingsminister als volgt: 'Johan Vande Lanotte was van 1999 tot 2005 federaal minister van Begroting. Een mandaat dat samenvalt met een van de minst fraaie periodes in de sociaaleconomische geschiedenis van België. Dat de begroting anno 2017 nog altijd niet op orde is, heeft voor een deel te maken met de Vande Lanotte-erfenis. Voor alle duidelijkheid: het was niet vanaf de eerste dag met de West-Vlaming op begroting dat de overheidsfinanciën het spoor bijster waren. Het broddelwerk ging crescendo.'

Van het goudhamsterprincipe beschreven in het boek van Johan, was in de praktijk en bij postanalyse absoluut geen sprake.

Ivan Van de Cloot (Itinera) vertelde over deze periode dat er 7,6 miljard euro aan meeruitgaven waren en 3,6 miljard euro aan minderontvangsten. Van het goudhamsterprincipe beschreven in het boek van Johan, was in de praktijk en bij postanalyse absoluut geen sprake. Wel integendeel, een ezel-geldverkwisting-principe zou een beter omschrijving geweest zijn.

De volkslakkerij rond het Zilverfonds

Over zijn blunder van het Zilverfonds wijst Johan Vande Lanotte met de vinger naar de bankencrisis van 2008. Larie natuurlijk. Het Zilverfonds werd met een groots politiek marketingfeest geboren in 2001. In zijn boek schrijft Johan: 'De bedoeling was om dat Zilverfonds echt uit te rollen vanaf 2006 à 2008.' Een halve waarheid. Want reeds in 2003 werden de verkoop van overheidsparticipaties, de opbrengsten van de UMTS-licenties en de overname van de pensioenfondsen ondergebracht in het Zilverfonds.

Creatief boekhouden heet dat.

Hoewel Vande Lanotte in zijn boek beweert dat de 5 miljard euro van het Belgacompensioenfonds in het Zilverfonds werd ondergebracht, stond het in de begroting toegewezen aan de schuldafbouw. Creatief boekhouden heet dat. Vande Lanotte stortte de Belgacomgelden in het Zilverfonds, maar belegde dat geld terug in schatkistbons-zilverfonds waardoor het terugvloeide naar de overheid en gebruikt werd om de begroting in evenwicht te houden.

Het Zilverfonds werd zo een lege doos van cheques uitgeschreven aan zichzelf. Voormalig minister van Begroting, Johan Van Overtveldt, VUB-econoom Jef Vuchelen en Michel Jadot (Voormalig PS-topambtenaar) noemden het Zilverfonds pure volkslakkerij.

De pensioenhervorming

Omwille van de vergrijzing van de bevolking hadden Vande Lanotte en Verhofstadt in 2001 twee keuzes: ons pensioenstelsel grondig hervormen om de toekomstige financiering van de pensioenen te waarborgen of een financiële buffer aanleggen. Ze kozen om ons op te lichten met een valse financiële buffer voor pensioenen, waardoor we op vandaag nog steeds wachten op de broodnodige pensioenhervorming.

We verloren 20 jaar onder meer door de frauduleuze fratsen van Vande Lanotte's Zilverfonds.

Onze pensioenkost is op vandaag opgelopen tot +/- 50 miljard euro per jaar. Door de vergrijzing zou deze volgens voorspellingen in 2040 jaarlijks 63 miljard of +/- 14 procent van het BBP bedragen. We verloren 20 jaar onder meer door de frauduleuze fratsen van Vande Lanotte's Zilverfonds.

Sale-and-lease-back-factuur

In zijn boek vertelt Johan Vande Lanotte dat de sale-and-lease-back-operaties er kwamen om de gebouwen te kunnen renoveren. Hij proclameert dat renovaties door de overheid steeds te duur uitvallen omdat de wet op de overheidsopdrachten enkel procedures voorziet gebaseerd op de goedkoopste prijs. Dit zou volgens Vande Lanotte perverse, verdoken, extra kosten genereren die de finale kostprijs verdriedubbelden.

Het is vooreerst larie dat de Wet inzake overheidsopdrachten enkel procedures gebaseerd op prijs voorziet. Ook de toen vigerende Wet inzake overheidsopdrachten van 1993 voorzag in procedures welke niet exclusief op de prijs gebaseerd waren. Bovendien welke kromme redenering en verbloemde cognitieve dissonantie is dat nu ook alweer.

Beste Johan, als de wet op de overheidsopdrachten een slechte wet was, die ervoor zorgde dat de overheid het driedubbele moest betalen voor renovaties, waarom heb je die wet dan niet gewoon aangepast? Neen, dat deed je niet. Zo verkocht je in de tweede - en grootste sale-and-lease-back-operatie 62 gebouwen voor 596 miljoen euro en huurde ze terug aan 43 miljoen euro per jaar. Het gros van hen met een huurcontract van 21 jaar, dat een vooraf bepaalde stijging van de huurprijs na renovatie inhield.

Verkoop van de Financietoren

Vande Lanotte haalt de verkoop en het terug huren van Financietoren aan als positief voorbeeld waardoor de regering veel geld zou bespaard hebben. Want volgens Johan zou de renovatie duurder geweest zijn dan de verkoop en het terug huren. Laten we dit even van nabij bekijken.

In 2001 kocht de Nederlandse vastgoedgroep Breevast van Frank Sweegers, de Financietoren in Brussel voor 276 miljoen euro. Het aankoopcomité schatte de waarde van de 30 verdiepingen hoge toren met een oppervlakte van 200.000 vierkante meter, waar 3.000 ambtenaren van Financiën werkten, toen op 124 miljoen euro. De overheid sloot vervolgens een huurcontract af tot 2026, huurprijs 59 miljoen euro per jaar. Breevast renoveerde het gebouw voor 325 miljoen euro. Dit jaar verkocht Breevast het voor 1,2 miljard euro aan een Koreaanse vastgoedgroep.

Larie en apenkool

Als we deze operatie op vandaag analyseren betaalde de overheid sinds 2001 +/- 1,2 miljard euro huur. (Zonder rekening te houden met indexaanpassingen en huuraanpassing na renovatie.) Daarbovenop verloor de overheid een potentiële vastgoedwaarde van +/- 900 miljoen euro op de aankoopprijs.

Om deze operatie als positief te kunnen bestempelen zou de renovatie in 2001 de overheid 2,1 miljard euro moeten gekost hebben ofwel ongeveer 17 keer de toen door de federale diensten geschatte waarde van het gebouw, of 6,4 keer zoveel als wat Breevast betaalde voor de renovatie. Denk je nu echt dat we van gisteren zijn om dat te geloven Johan? Hij beweert ook dat na de renovatie andere diensten werden ondergebracht waardoor elders huur werd bespaard. Larie! Want de Financietoren werd na renovatie pas in 2008 opgeleverd en door de verhuis kwamen andere gebouwen volledig of deels leeg te staan. Deze leegstaande gebouwen moet de overheid binnen diezelfde sale-and-lease-back-operaties nog jaren blijven huren aan dure huurprijzen.

Wij en onze kinderen betalen de rekening

Johan Vande Lanotte leverde tussen 1999 en 2005, in een periode van economische hoogconjunctuur, diverse begrotingen in evenwicht af en zorgde voor een daling van de schuldgraad. In een periode van economische groei is dat niet uitzonderlijk maar eerder normaal. Maar omdat de meeruitgaven van de regering Verhofstadt-Vande Lanotte ontspoorden en de heilige graal van begrotingen in evenwicht de norm bleef, nam Johan Vande Lanotte eenmalige maatregelen die netjes werden doorgeschoven naar de toekomstige generaties. 16 jaar na zijn ministerschap zijn de littekens van Vande Lanotte nog steeds zichtbaar in de begroting.

In deel III weerleg in de onterechte aanvallen op het boek 'De keizer van Oostende'.

Ignace Vandewalle

 

 

<< Terug naar alle columns

Bookmark and Share

© 2022 Ignace Vandewalle  |  webdesign by Creatief.be
v